On Comic Sans and Cable Cars

Going Beyond Art and Beauty in Political Aesthetics

Philosophy’s esteem of art and aesthetics has come a long way since Plato. In the – inexhaustive and indefensibly rough – shell of a nut, it went from “these superficial appearances distort the truth of reality and have nothing to contribute of genuine philosophical concern; please step out of your cave with your ideas above your head, sir!”, to “Art with a capital ‘a’ is the only way to escape this cruel existence for blissful yet fleeting moments,” to “yikes, fascists sure seem to use aesthetic strategies in nefarious ways,” to “hey, at least we can counter the ‘aestheticization’ of politics by politicizing aesthetics!”,1 to “there is no reality outside of our representations: reality is what you make of it! (please send help),” to any odd combination(s) of the above.

Illustration by Roberta Müller
  1. New techniques of reproduction, Benjamin argued, such as the tabloids, photography and film, were operationalized to conjure up ‘mass publics’ that thoughtlessly adsorbed their imagery instead of closely and thoughtfully observing it.


I always thought that podcasts were not my cup of tea. I have never found a moment during the day when I really wanted to listen to an episode or a series that kept me glued to the headphones. Last week, however, I saw that a BBC radio 1 presenter, Phil Taggart, interviewed one of my favorite bands for his podcast. I listened to it while chilling on my terrace and, maybe because Phil’s strong Irish accent is particularly charming, I found myself in the same situation of those who say “I will never buy a pair of those ugly German sandals,” and then get obsessed with them and are unable to wear normal flip-flops anymore. Among the forty-one episodes, the interview with Ludovico Einaudi, one of the most famous living pianists, could not pass unnoticed. Although it might not have been Phil’s funniest interview, it can help us in drawing some preliminary connections between art and philosophy. In a sort of funny twist, we can think of Ludovico Einaudi’s interview as a piano keyboard itself. In the course of this introduction, I will press some of the keys and try to sketch my own composition.


On the illustrations of 48-3

I am neither a philosophy student, nor do I aspire to be one. I do, however, live with two of these specimens, and topics like ‘political reality’ and ‘hegemony’ (which I thought was spelled hedgemony), often dominate morning and dinner conversations. Sometimes try to add something, anything, to the discussion by randomly describing the lay-out of a book by one of the great thinkers which caught my eye scattered around the house. Colours, shapes and structures, these are things that do fascinate me, and how to combine them in such a way they create ‘art’. Wait, art? What is art? Does the amount of skill, of time, or the use/reuse of materials play a part in the answer to this question and to what extend? And what makes good art? Who is the judge of this and based on what? Based on emotions which are/aren’t exited, the societal relevance of the piece, the way it does/doesn’t follow certain rules of the cultural environment it is created in (think of the Golden Ratio, a mathematical way to create proportions pleasing to the eye used by many a famous artist). Furthermore, must art be ‘beautiful’ to be good, to be art at all? And what is beauty? Well well, look at me getting all philosophical. For the illustrations of this issue I used these questions to push myself as an artist while contemplating the designs. As a common thread I chose The Birth of Venus by Botticelli. It struck me at first glance as a classical depiction of renaissance beauty. Looking more closely, however, you may notice anatomical improbabilities, the elongated neck and torso and the oddly shaped feet. Her standing pose, apart from the fact that she is not standing in the inner part of the shell but the outer part, a classical contrapposto (an asymmetrical composition of the pose), is impossible to be balanced with the by Botticelli chosen center of gravity. Apparently in the case of this masterpiece, I don’t mind the deviations. I therefore experimented with different kinds of materials and invested a range of time into different pieces, discovering more and more about what I found to be ‘art’ and ‘beaty’ and what makes ‘art’ ‘beautiful’.

De zin van denken (boek) – recensie

Markus Gabrielvertaling: Mark Wildschut – Boom 2019, 321 pagina’s, €29,90 – ISBN 9789024426409

De zin van denken is minstens even ambitieus als de twee voorgangers van de veel gelezen publieksfilosofische trilogie van Markus Gabriel. Waar deel één een metafysische verkenning van de wereld en de werkelijkheid is, en deel twee een onderzoek naar het menselijk subject behelst, poogt dit derde deel te laten zien hoe de twee met elkaar in contact staan via het denken. Verwacht echter geen gortdroge epistemologische analyses in filosofisch koeterwaals over het armoedige academische probleem hoe ik ‘uit mijn hoofd’ in ‘de wereld’ geraak. Integendeel: in vlot geschreven proza en aan de hand van talloze verwijzingen naar alledaagse fenomenen en populaire cultuur (van Houellebecq tot Black Mirror en van The Circle tot De Sims) beantwoordt Gabriel de vraag wat er eigenlijk gebeurt wanneer we denken – een vaardigheid die voor hem geenszins is voorbehouden aan de Grote Filosofen, maar waar ieder mens mee is behept en in het boek hier en daar zowaar aan dieren toegeschreven wordt.

Lees meer…

Waarom we vrij zijn als we denken (boek) – recensie

Markus Gabriel – Vertaling: Huub Stegeman – Boom (2016), 277 pagina’s, €29,90 – ISBN 9789089538727

Wie Markus Gabriel weleens heeft horen spreken, weet dat de beste man zijn publiek in een rap tempo het ene na het andere argument om de oren slingert. In zijn boeken is dit niet anders. In Waarom we vrij zijn als we denken, het tweede deel van zijn recent volbrachte trilogie, overstelpt Gabriel de lezer evenzo met argumenten, om aan te tonen dat de mens haar betekenis vindt in haar (geestelijke) vrijheid.

In de inleiding wordt al snel duidelijk op wie Gabriel het gemunt heeft. Hoewel hij zich ook afzet tegen religies en elke andere vorm van ideologie, is de grootste vijand in zijn boek de neurowetenschap. Gabriel beargumenteert dat neurowetenschappers zich schuldig maken aan wat hij neurocentrisme noemt: de overtuiging ‘dat er louter een geschikt stel hersenen voor nodig is om ons tot levende wezens met een geest te maken’. Volgens Gabriel reduceren deze wetenschappers de mens en haar geest tot neurologische processen en machines. Ze stellen immers dat alles bestaat uit materie en processuele relaties tussen deze materiële deeltjes. Hiermee sluiten neurowetenschappers uit dat er zoiets bestaat als de vrijheid van de geest: de mens en haar denken zijn volgens hen gedoemd tot neurologische en/of biologische determinatie.

Lees meer…

Waarom de wereld niet bestaat (boek) – recensie

Markus Gabriel – Vertaling: Huub Stegeman – Boom (2014), 207 blz. €24,90 – ISBN: 9789089532718

In het boek Waarom de wereld niet bestaat uit 2013 legt Markus Gabriel, met behulp van populair taalgebruik, zijn idee uit van wat hij het ‘nieuwe realisme’ noemt. Het nieuwe realisme is een metafysische en wetenschapsfilosofische theorie die een weergave geeft van wat er wel en niet bestaat.

Volgens Gabriel zijn er twee grote stromingen binnen de geschiedenis van de filosofie wanneer wij het hebben over het bestaan van dingen. Ten eerste is er het wetenschappelijke realisme, ofwel het materialisme. Volgens deze stroming bevindt alles wat bestaat zich in het universum en zijn de dingen opgebouwd uit elementaire deeltjes. De andere grote stroming is het constructivisme. Gabriel definieert het constructivisme als de aanname dat we een feit niet op zich kunnen vaststellen, maar dat we alle feiten en gebeurtenissen zelf geconstrueerd hebben. Al het wetenschappelijk onderzoek dat wij doen, beoefenen we altijd door middel van bepaalde methodes die wij als mensen zelf hebben opgezet. De manier waarop wij onderzoek doen is dus altijd contingent. We kennen alleen de feiten die aan ons gepresenteerd worden dankzij de methode die wij als correct hebben geacht. Echter, deze stromingen zijn beide niet toereikend om het bestaan van de dingen adequaat weer te geven, volgens Gabriel. Hij geeft allereerst twee argumenten tegen het wetenschappelijk realisme.

Lees meer…

“When they start singing – I’m out.” An interview with Markus Gabriel

Markus Gabriel during a Radboud Reflects lecture in 2019 © Ted van Aanholt

Last February, the Dutch Society for Phenomenology (recently renamed as the Dutch Society for Phenomenology and Existentialism) organized a two-day conference on phenomenology, existentialism and realism at our very own Radboud University. Keynote speaker was none other than Markus Gabriel, philosophy professor in Bonn and academic superstar among the ranks of Dennett and Žižek. By now, with his forty years, he might have lost the honorary title of being ‘the young god of German philosophy’, but his credentials are as impressive as ever: full time professor at the age of 29, visiting professor at a dozen of universities around the world (among others, UC Berkeley, the Sorbonne, and the universities of Rio de Janeiro, Lisbon, Aarhus and Venice), an extremely prolific output of more than 20 books and a never-ending list of publications, and a fluent speaker of English, French, Italian, Portuguese and Spanish besides his native German (and yes, he can read ancient Greek, Latin, and basic Hebrew and Chinese as well). On top of that, when he is not busy flying around the world to give lectures, attending talk shows, or writing books in taxi’s and hotel rooms, he is a husband and happy father of two.

Somehow, he also managed to have some time for this interview. After a failed attempt on the night of his talk, we finally managed to steal some of his time during the lunch break of the conference. Even the gods must eat after all. What followed was a roller coaster ride of a conversation – the man talks as fast as he thinks – about the questions that keep him awake at night, his thoughts on (the end of) phenomenology and the future of New Realism, his work ethic and his future ambitions. Full of anecdotes, lots of laughter, and quotes in ancient Greek, it was certainly a memorable interview.


A Poem I Can’t Remember Writing

⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀Of a thousand dreams before, I thought, they were
only remnants of desires—latent in tree stumps, street corners,
pigeon roos over my roof, white sheen of canvas openings into
the blue sky—
⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀All of my maniacal memories burst like shotgun
pomegranate bleeding synapses flesh—broken matter between
my brain halves—amyloid proteins popping—stowed from vision
consciousness—impressionist gaps between Brooklyn Heights
and Today—

Read more…

Recensie – Nomizo (bordspel)

Wanneer mensen mij vragen wat ik studeer en ik antwoord met “filosofie”, zie ik vaak hun gezichten vertrekken. Vaker wel dan niet volgt de (inmiddels tot cliché verheven) vraag: “Maar, wat kun je daar dan mee?” Als deze vraag uit blijft, dan is het wel een tante die een wrange vorm van interesse veinst en reageert met: “Oh, wat leuk! Ik vind psychologie ook errrgg interessant.”

Lees meer…

‘Freud’ (serie) – Recensie

Van alle elementen die een narratief kunnen dienen in een film, is filosofie het minst succesvol. Een film waarin filosofie het thema is, schiet uiteindelijk altijd te kort. In het lijstje van pogingen staat onder andere When Nietzsche Wept (2007), waarin Friedrich Nietzsche een misplaatst, archetypisch kostuum als de held uit een monomythe wordt aangemeten.

Lees meer…