Status Quaestionis – Carlijn Cober

“Als je een tekst leest, bevind je je in een samenwerking. Daardoor is het effect van die tekst afhankelijk van jouw eigen generositeit jegens die tekst.”

In dit themanummer van Splijtstof wordt de verbinding tussen kunst en filosofie onder de loep genomen. Eén van de onderzoekers die zich op dit snijvlak bevindt is Carlijn Cober: promovendus bij het Radboud Institute for Culture & History. Haar onderzoek is als volgt getiteld: Affective Encounters: Towards a Phenomenology of Attached Readers. Aangezien zij drie bekende filosofen behandelt als affectieve lezers in haar onderzoek, leek het ons interessant om haar te interviewen voor dit nummer van Splijtstof.

Illustratie door Roberta Müller
Lees meer…

A Theory of the Aphorism (book) – review

As Andrew Hui remarks in the introduction to A Theory of the Aphorism, the aphorism is a literary and philosophical format that has remained “curiously understudied” (1). There exist plenty of studies on the historico-methodological characteristics of, for example, the dialogue, the treatise and the novel, but the aphorism, despite its persistent ubiquity throughout the world and the ages, has not yet been subjected to such analyses. Hui, a scholar who specializes in the reception of antiquity in the Renaissance but is interested more generally in the transmission and reception of ideas, takes it upon himself to provide an account of the nature of the aphorism. His aim is not to provide a comprehensive historical overview, but rather to examine various characteristics of the format through a close-reading of a handful of aphoristic writers.

Read more…

Hoe schizofrenie zich redt (boek) – recensie

Hoewel ‘waanzinnig’ een overwegend positieve connotatie heeft, wordt ‘waanzin’ veelal gebruikt om aan te geven dat iets geen goed idee is. Daarnaast kan ‘waanzin’ ook verwijzen naar een psychische staat die meestal begrepen wordt als onwenselijk, abnormaal en ziek. Hoe schizofrenie zich redt plaatst waanzin in een ander licht, namelijk ook als productief in plaats van enkel destructief. Aan de hand van een bespreking van Deleuze en Guattari’s discussie met Freudiaanse psychoanalyse laat Moyaert zien hoe we waanzin ook op deze positieve manier kunnen begrijpen. Een tweede inzet is therapeutisch, wat wil zeggen dat Moyaert zich afvraagt welke handelingen waanzin gezonder kunnen maken en of er een gezondheid in de waanzin mogelijk is. De waanzin die wordt besproken in Hoe schizofrenie zich redt is die van een schizofrene problematiek, zoals naar voren komt bij de (in de literatuur veel besproken) psychiatrische patiënten Wolfson en Schreber. In beide gevallen zijn de patiënten gediagnostiseerd met schizofrenie en hebben een eigen manier gevonden om zich door de werkelijkheid te bewegen. Wolfso doet dit door het vervormen van taal aan de hand van klanken, door hemzelf uiteengezet in Le Schizo et les Langues, terwijl Schreber zichzelf staande houdt door zijn problematiek te verschuiven naar God. Schreber gelooft dat hij uitverkoren is door God, een geloof wat hem in staat stelt de vele beproevingen die op zijn pad komen te doorstaan. Deze overlevingstactieken laten zien, aldus Moyaert, hoe schizofreen gedrag meer is dan enkel een gevecht met het leven, dat waanzin in staat is tot meer dan herstel naar een eerdere staat van organisatie. De schizofreen zou namelijk in staat zijn om zich terug te trekken van eerdere organisaties en nieuwe connecties creëren. Dit perspectief op waanzin is gebaseerd op, en vereist een begrip van, ‘het lichaam zonder organen’, zoals besproken in L’Anti-Oedipe door Deleuze en Guattari.

Lees meer…

Against English (boek) – recensie

‘Een achterhoedegevecht’ noemde een manager bij de uitgever Against English. ‘Geboren uit verzet’ noemen de inleiders het boek zelf, tegen ‘de opmars van het Engels’. Daarmee krijgen we ferm ingeprent dat het Engels en het Nederlands in een oorlog verwikkeld zijn, waarin de auteurs van de bundel soldaten zijn. Een militair conflict op leven en dood of op straffe van onderwerping. Een oorlog waarvan we de verschillende fasen kunnen bestuderen – of de moraal van zijn soldaten.

Een bonte verzameling van 26 essays moet de lezer van de waarde van het Nederlands overtuigen, of minstens wapenen tegen het oprukken van het Engels. Nee, niet het Engels, maar het ‘Globish’ zoals het in de bundel consequent heet. Want die taal bedreigt onze universiteiten, onze democratie, de rechtsstaat, de Nederlandse manier van zakendoen, werkelijk ons hele samenleven.

Lees meer…

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (boek) – recensie

“Laat ik beginnen met een simpele meerkeuzevraag: Welke van de volgende stellingen is correct?

  • Er is ontzettend veel ellende in de wereld.
  • Nooit eerder was er zo weinig ellende in de wereld als vandaag.”

Hiermee opent Boudry zijn boek. Natuurlijk is het, zoals hij zelf ook direct erkent, een vals dilemma. Beide stellingen zijn waar, hoewel we kunnen twisten over hoeveel ‘ontzettend veel’ is. Een deprimerend idee? Volgens Boudry niet.

In zijn boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat beargumenteert Boudry op talloze manieren dat het eigenlijk heel goed gaat met de wereld. Veel mensen hebben het idee dat alles vroeger beter ging, maar Boudry weerlegt dit op een grondige manier. Hij beweert dat de overtuiging dat het alleen maar slechter gaat met de wereld, volkomen ongegrond is. Hij besteedt daarbij aandacht aan de manier waarop het menselijk brein uit evolutionair oogpunt werkt, en hoe de media daar op inspelen. Veel van zijn beweringen worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Lees meer…

Waarneming en filmfenomenologie

De acteurs die voor het verhaal waarvan men had genoten bijeengekomen waren, waren allang weer naar alle windstreken uitgevlogen; slechts de schaduwbeelden van hun productie had men gezien, miljoenen plaatjes van ultrakorte duur, waarin men hun handelen al filmend ontleed had, om het zo vaak men wilde snel en flikkerend te projecteren en aan het element van de tijd terug te geven. Het zwijgen van het publiek na de illusie had iets doods en afstotelijks. De handen waren machteloos tegenover het niets. Men wreef in zijn ogen, staarde voor zich uit, schaamde zich voor het licht en verlangde terug naar de duisternis om weer te kunnen toekijken hoe dingen die hun tijd hadden gehad, in verse tijd overgeplant en met muziek opgesmukt waren, zich opnieuw afspeelden.1

Illustratie door Roberta Müller

Dit citaat is afkomstig uit het boek De Toverberg van Thomas Mann. Het beschrijft een groep mensen in het begin van de 20e eeuw die volledig overdonderd en in de war is na het zien van een film in de bioscoop. Dit gevoel dat een film kan geven, het meegenomen worden in een andere wereld, kennen de meesten van ons. Films zijn al sinds het begin van de 20e eeuw een interessant en veel onderzocht onderwerp binnen de filosofie. Een tak in de filosofie die met name veel interesse heeft getoond in dit onderwerp is de fenomenologie.

Lees meer…
  1. Thomas Mann, De Toverberg, (Amsterdam: Uitgeverij de Arbeiderspers, 2012), 396.

Manga: meer dan een teken-ing

Een barthesiaanse semiologische analyse van de mangaserie ‘Barefoot Gen’

Inleiding

Fig. 1: Deze illustratie is afkomstig uit de mangaserie Barefoot Gen. Illustratie door Nakazawa Keiji, Barefoot Gen: A Cartoon Story of Hiroshima volume 1 (San Francisco: Last Gasp, 2004), 250.

De Japanse mangaserie Barefoot Gen (Hadashi no Gen), van Nakazawa Keiji zorgde voor ophef nadat een schoolbestuur in Matsue, een stad in het zuidwesten van Japan, de manga uit zijn schoolbibliotheken had verwijderd. De manga zou te sterke beelden bevatten zoals onthoofding en verkrachting.1 Barefoot Gen kan worden beschouwd als een van de belangrijkste anti-oorlogsmanga. De series zijn quasi-fictionele memoires van Nakazawa’s jeugd als overlevende van de atoombom op Hiroshima. Het verhaal Barefoot Gen speelt zich af tegen de achtergrond van grote vraagstukken van oorlog en vrede. Gens familie worstelt met de ideologische rebellie van zijn vader tegen het militaristische bewind van Japan. Door deze rebellie wordt de familie door de samenleving vervolgd. Daarna vertelt het verhaal de catastrofale gevolgen van de atoombom, het lot van Gen en andere overlevenden, en het leven in de nasleep van de Amerikaanse bezetting.

Lees meer…
  1. Liz Buray, “Japanese school board bans acclaimed anti-war manga,” The Guardian, 26 augustus, 2013, https://www.theguardian.com/books/2013/aug/26/japan-school-board-bans-manga-hadashi-no-gen.

On Comic Sans and Cable Cars

Going Beyond Art and Beauty in Political Aesthetics

Philosophy’s esteem of art and aesthetics has come a long way since Plato. In the – inexhaustive and indefensibly rough – shell of a nut, it went from “these superficial appearances distort the truth of reality and have nothing to contribute of genuine philosophical concern; please step out of your cave with your ideas above your head, sir!”, to “Art with a capital ‘a’ is the only way to escape this cruel existence for blissful yet fleeting moments,” to “yikes, fascists sure seem to use aesthetic strategies in nefarious ways,” to “hey, at least we can counter the ‘aestheticization’ of politics by politicizing aesthetics!”,1 to “there is no reality outside of our representations: reality is what you make of it! (please send help),” to any odd combination(s) of the above.

Illustration by Roberta Müller
(more…)
  1. New techniques of reproduction, Benjamin argued, such as the tabloids, photography and film, were operationalized to conjure up ‘mass publics’ that thoughtlessly adsorbed their imagery instead of closely and thoughtfully observing it.

Introduction

I always thought that podcasts were not my cup of tea. I have never found a moment during the day when I really wanted to listen to an episode or a series that kept me glued to the headphones. Last week, however, I saw that a BBC radio 1 presenter, Phil Taggart, interviewed one of my favorite bands for his podcast. I listened to it while chilling on my terrace and, maybe because Phil’s strong Irish accent is particularly charming, I found myself in the same situation of those who say “I will never buy a pair of those ugly German sandals,” and then get obsessed with them and are unable to wear normal flip-flops anymore. Among the forty-one episodes, the interview with Ludovico Einaudi, one of the most famous living pianists, could not pass unnoticed. Although it might not have been Phil’s funniest interview, it can help us in drawing some preliminary connections between art and philosophy. In a sort of funny twist, we can think of Ludovico Einaudi’s interview as a piano keyboard itself. In the course of this introduction, I will press some of the keys and try to sketch my own composition.

(more…)

On the illustrations of 48-3

I am neither a philosophy student, nor do I aspire to be one. I do, however, live with two of these specimens, and topics like ‘political reality’ and ‘hegemony’ (which I thought was spelled hedgemony), often dominate morning and dinner conversations. Sometimes try to add something, anything, to the discussion by randomly describing the lay-out of a book by one of the great thinkers which caught my eye scattered around the house. Colours, shapes and structures, these are things that do fascinate me, and how to combine them in such a way they create ‘art’. Wait, art? What is art? Does the amount of skill, of time, or the use/reuse of materials play a part in the answer to this question and to what extend? And what makes good art? Who is the judge of this and based on what? Based on emotions which are/aren’t exited, the societal relevance of the piece, the way it does/doesn’t follow certain rules of the cultural environment it is created in (think of the Golden Ratio, a mathematical way to create proportions pleasing to the eye used by many a famous artist). Furthermore, must art be ‘beautiful’ to be good, to be art at all? And what is beauty? Well well, look at me getting all philosophical. For the illustrations of this issue I used these questions to push myself as an artist while contemplating the designs. As a common thread I chose The Birth of Venus by Botticelli. It struck me at first glance as a classical depiction of renaissance beauty. Looking more closely, however, you may notice anatomical improbabilities, the elongated neck and torso and the oddly shaped feet. Her standing pose, apart from the fact that she is not standing in the inner part of the shell but the outer part, a classical contrapposto (an asymmetrical composition of the pose), is impossible to be balanced with the by Botticelli chosen center of gravity. Apparently in the case of this masterpiece, I don’t mind the deviations. I therefore experimented with different kinds of materials and invested a range of time into different pieces, discovering more and more about what I found to be ‘art’ and ‘beaty’ and what makes ‘art’ ‘beautiful’.