Filosoof op de Arbeidsmarkt – Sofie Lakmaker

Ik ken Sofie Lakmaker van de bachelor filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), maar het is al een aantal jaar geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien. Ik ontmoet haar op het terras van literair café de Engelbewaarder, tegenover het Bushuis, één van de UvA-gebouwen in de binnenstad. Ondanks het vieze weer is het druk. We zitten op een uitbreiding van het terras, een vlot op het water. De tafel staat nogal scheef, en ik ben steeds bang mijn telefoon – die het interview opneemt – in het water te laten vallen.

© Willemieke Kars

Sofie heeft gepubliceerd in de eerste Sampler, een bundel van uitgeverij Das Mag met verhalen van aanstormend schrijftalent. Ze schrijft columns voor De Groene Amsterdammer en in februari komt – volgens bol.com – haar eerste roman uit, ook bij Das Mag. Die roman zal dezelfde naam dragen als haar verhaal in de Sampler: ‘De geschiedenis van mijn seksualiteit’.

Lees meer…

Off the Record: Marc Slors

Enkele seconden nadat Marc en ik elkaar hebben begroet via Zoom wordt Marc getrokken door de instrumenten, een Fender Stratocaster en een Epiphone Dot, die aan mijn muur hangen. Zoals iedere liefhebber richt hij zich direct op datgene wat hem zo aantrekt: muziek. Luisteren, maar vooral ook het spelen. In deze editie van Off The Record zal dit dan ook in het middelpunt staan.

Wie college heeft gehad van Marc Slors kent hem als een spraakzame hoogleraar met bevlogenheid voor zijn vakgebied cognitiefilosofie. Naast zijn academische bezigheden is Marc echter ook een begenadigd muzikant die meerdere instrumenten kan bespelen: “Ik heb lange tijd gitaar gespeeld, en speel al heel lang piano en percussie, maar bas heeft nu mijn voorkeur.”

Lees meer…

Introduction

The past months have been a sort of living paradox. On the one hand, the COVID-19 pandemic paralyzed (still paralyzes and probably will keep on paralyzing) the whole world, forcing us to stay inside, not to meet people, not to act, basically. On the other hand, the killings of Ahmaud Arbery, Breonna Taylor, George Floyd (and the list is, unfortunately, much longer) demanded us to take action. Not to act was a sign of complicity with the oppressors. Yet, even to act, in this context, was problematic and not that straightforward at all. What are the kind of actions that I, as a white Western (young) woman, am allowed to perform? What are the words that I am allowed to use? It might sound silly but for months, I kept asking myself “Should I say or do this? Should I share that?” Acting without hurting anyone or without saying/doing (accidentally) the wrong thing was, and still is, very hard. Acting in a context in which you are explicitly asked by the government not to move because you might be a contagious loose cannon was, and still is, troublesome. If Hamlet could adapt one of his most famous sentences to this situation, he would probably say something along the lines of “to act, or not to act, that is the question.”

Read more…

Off the record – Fleur Jongepier

“It’s just the way I see things.”

If I mention the name of Jane Goodall, most will know whom I am talking about. But if I mention the name Hugo van Lawick, will it ring a bell? Yet, it is thanks to Hugo that we have those beautiful pictures of Jane holding hands with chimps or letting them scratch her back. There is power in photography. The power of making an otherwise private and brief moment public and immortal. The power of selecting what has to be remembered and what can be forgotten.

© Fleur Jongepier

It is with these thoughts in mind that I prepared my questions to Fleur Jongepier, assistant professor of (digital) ethics at Radboud University, who agreed to talk about her passion for photography (which can be observed more extensively on her website: https://fleurjongepier.myportfolio.com/photography). We call on a sunny Thursday afternoon. As soon as Fleur appears on my screen, I notice the luminous interior of the room, and I cannot help but think that it is really the kind of room I would have pictured her in. I have never talked to Fleur before about this passion of hers, so to break the ice a little, I begin by asking her about the origins, so to speak, of her interest in photography.

(more…)

Enige tijd in de Eeuwige Stad

Enige tijd in de eeuwige stad

Illustratie door Roberta Müller

Het afgelopen semester verliet ik Nijmegen om van september tot februari in Rome te studeren aan Università di Roma La Sapienza. Dit was gelukkig net voordat het coronavirus Italië in zijn greep kreeg als een van de zwaarst getroffen landen. Gedurende mijn verblijf aldaar schreef ik dit verslag van mijn ervaringen. Inmiddels is het niet slechts een herinnering aan een mooie periode, maar aan een andere tijd. Rome ligt er op dit moment stil en uitgestorven bij; heel anders dan toen ik dit stuk schreef. Onderstaand verslag is daardoor niet alleen een persoonlijke observatie, maar ook een terugblik op een van ’s werelds mooiste steden in betere tijden, niet zo lang geleden.

Ondanks dat alle wegen al naar Rome schijnen te leiden, zag ik geen reden om dat voor de mijne nog langer uit te stellen. Academisch gezien kon het studeren van filosofie in Italië geen slechte keuze zijn. Het feit dat onze eigen FFTR in Nijmegen drie Italiaanse filosofiedocenten telt, wees voor mij al in deze richting. Daarenboven is de Sapienza één van de universiteiten die Rome rijk is en ze heeft in haar 700-jarige geschiedenis haar kwaliteiten meer dan bewezen. Met name de kwaliteit van de geesteswetenschappen is hoog. Ik volg de master Praktische Filosofie en ook politiek gezien is Italië een uitermate interessant land: haar binnenlandse politiek is op zijn zachtst gezegd al boeiend, maar de relatie die Italië daarnaast met Europa heeft, kent vele gezichten en dat interesseert me nog meer. Ik wilde me te midden hiervan bevinden en het aan den lijve ondervinden.

Lees meer…

Philosopher on the Job Market – Jim Burgman

I thought about getting a tattoo at least five times with five different designs. The first time, in my Coldplay phase (although I should say one of my Coldplay phases), I wanted a taattoo with the title of one of their songs. The second time, I went for a drawing of a hedgehog who uses one of his spines as an arrow. A friend of mine made it for me as a visual representation of my personality, and it was supposed to mean something like ‘a determined hedgehog’. The third time, I wanted a cactus. The fourth time, a carrot. For, if you know me, you will also know that carrots are always part of my lunch. Every. Single. Day. The fifth time, touched by the work of photographer Laura Dodsworth, I thought about a breast.

Needless to say, my indecisiveness became inertia. I did not get any of them.

© Jim Burgman

Defeated by my tattoo-vacillation, I was determined to find out what mysterious bonds could tie together philosophy, art and tattoos. I ended up Skyping Jim Burgman on Easter Sunday. Video calling with someone you have never met before can be pretty awkward, especially (and maybe paradoxically) because, contrary to what happens in a regular interview setting, you enter their private zone. You see the room where they are sitting, which, in the majority of the cases, is their studio, living room or bedroom. You see how they decorated it, what they have lying around, the colors of the walls, and other small things that tell you something about their personality. In my case, I got to see Arthur, Jim’s cat, who tried to grab his attention a few times at the beginning of the interview and then, as every cat on the planet, started to mind his own business.

(more…)

Status Quaestionis – Carlijn Cober

“Als je een tekst leest, bevind je je in een samenwerking. Daardoor is het effect van die tekst afhankelijk van jouw eigen generositeit jegens die tekst.”

In dit themanummer van Splijtstof wordt de verbinding tussen kunst en filosofie onder de loep genomen. Eén van de onderzoekers die zich op dit snijvlak bevindt is Carlijn Cober: promovendus bij het Radboud Institute for Culture & History. Haar onderzoek is als volgt getiteld: Affective Encounters: Towards a Phenomenology of Attached Readers. Aangezien zij drie bekende filosofen behandelt als affectieve lezers in haar onderzoek, leek het ons interessant om haar te interviewen voor dit nummer van Splijtstof.

Illustratie door Roberta Müller
Lees meer…

A Theory of the Aphorism (book) – review

As Andrew Hui remarks in the introduction to A Theory of the Aphorism, the aphorism is a literary and philosophical format that has remained “curiously understudied” (1). There exist plenty of studies on the historico-methodological characteristics of, for example, the dialogue, the treatise and the novel, but the aphorism, despite its persistent ubiquity throughout the world and the ages, has not yet been subjected to such analyses. Hui, a scholar who specializes in the reception of antiquity in the Renaissance but is interested more generally in the transmission and reception of ideas, takes it upon himself to provide an account of the nature of the aphorism. His aim is not to provide a comprehensive historical overview, but rather to examine various characteristics of the format through a close-reading of a handful of aphoristic writers.

Read more…

Hoe schizofrenie zich redt (boek) – recensie

Hoewel ‘waanzinnig’ een overwegend positieve connotatie heeft, wordt ‘waanzin’ veelal gebruikt om aan te geven dat iets geen goed idee is. Daarnaast kan ‘waanzin’ ook verwijzen naar een psychische staat die meestal begrepen wordt als onwenselijk, abnormaal en ziek. Hoe schizofrenie zich redt plaatst waanzin in een ander licht, namelijk ook als productief in plaats van enkel destructief. Aan de hand van een bespreking van Deleuze en Guattari’s discussie met Freudiaanse psychoanalyse laat Moyaert zien hoe we waanzin ook op deze positieve manier kunnen begrijpen. Een tweede inzet is therapeutisch, wat wil zeggen dat Moyaert zich afvraagt welke handelingen waanzin gezonder kunnen maken en of er een gezondheid in de waanzin mogelijk is. De waanzin die wordt besproken in Hoe schizofrenie zich redt is die van een schizofrene problematiek, zoals naar voren komt bij de (in de literatuur veel besproken) psychiatrische patiënten Wolfson en Schreber. In beide gevallen zijn de patiënten gediagnostiseerd met schizofrenie en hebben een eigen manier gevonden om zich door de werkelijkheid te bewegen. Wolfso doet dit door het vervormen van taal aan de hand van klanken, door hemzelf uiteengezet in Le Schizo et les Langues, terwijl Schreber zichzelf staande houdt door zijn problematiek te verschuiven naar God. Schreber gelooft dat hij uitverkoren is door God, een geloof wat hem in staat stelt de vele beproevingen die op zijn pad komen te doorstaan. Deze overlevingstactieken laten zien, aldus Moyaert, hoe schizofreen gedrag meer is dan enkel een gevecht met het leven, dat waanzin in staat is tot meer dan herstel naar een eerdere staat van organisatie. De schizofreen zou namelijk in staat zijn om zich terug te trekken van eerdere organisaties en nieuwe connecties creëren. Dit perspectief op waanzin is gebaseerd op, en vereist een begrip van, ‘het lichaam zonder organen’, zoals besproken in L’Anti-Oedipe door Deleuze en Guattari.

Lees meer…

Against English (boek) – recensie

‘Een achterhoedegevecht’ noemde een manager bij de uitgever Against English. ‘Geboren uit verzet’ noemen de inleiders het boek zelf, tegen ‘de opmars van het Engels’. Daarmee krijgen we ferm ingeprent dat het Engels en het Nederlands in een oorlog verwikkeld zijn, waarin de auteurs van de bundel soldaten zijn. Een militair conflict op leven en dood of op straffe van onderwerping. Een oorlog waarvan we de verschillende fasen kunnen bestuderen – of de moraal van zijn soldaten.

Een bonte verzameling van 26 essays moet de lezer van de waarde van het Nederlands overtuigen, of minstens wapenen tegen het oprukken van het Engels. Nee, niet het Engels, maar het ‘Globish’ zoals het in de bundel consequent heet. Want die taal bedreigt onze universiteiten, onze democratie, de rechtsstaat, de Nederlandse manier van zakendoen, werkelijk ons hele samenleven.

Lees meer…