A Theory of the Aphorism (book) – review

As Andrew Hui remarks in the introduction to A Theory of the Aphorism, the aphorism is a literary and philosophical format that has remained “curiously understudied” (1). There exist plenty of studies on the historico-methodological characteristics of, for example, the dialogue, the treatise and the novel, but the aphorism, despite its persistent ubiquity throughout the world and the ages, has not yet been subjected to such analyses. Hui, a scholar who specializes in the reception of antiquity in the Renaissance but is interested more generally in the transmission and reception of ideas, takes it upon himself to provide an account of the nature of the aphorism. His aim is not to provide a comprehensive historical overview, but rather to examine various characteristics of the format through a close-reading of a handful of aphoristic writers.

Read more…

Hoe schizofrenie zich redt (boek) – recensie

Hoewel ‘waanzinnig’ een overwegend positieve connotatie heeft, wordt ‘waanzin’ veelal gebruikt om aan te geven dat iets geen goed idee is. Daarnaast kan ‘waanzin’ ook verwijzen naar een psychische staat die meestal begrepen wordt als onwenselijk, abnormaal en ziek. Hoe schizofrenie zich redt plaatst waanzin in een ander licht, namelijk ook als productief in plaats van enkel destructief. Aan de hand van een bespreking van Deleuze en Guattari’s discussie met Freudiaanse psychoanalyse laat Moyaert zien hoe we waanzin ook op deze positieve manier kunnen begrijpen. Een tweede inzet is therapeutisch, wat wil zeggen dat Moyaert zich afvraagt welke handelingen waanzin gezonder kunnen maken en of er een gezondheid in de waanzin mogelijk is. De waanzin die wordt besproken in Hoe schizofrenie zich redt is die van een schizofrene problematiek, zoals naar voren komt bij de (in de literatuur veel besproken) psychiatrische patiënten Wolfson en Schreber. In beide gevallen zijn de patiënten gediagnostiseerd met schizofrenie en hebben een eigen manier gevonden om zich door de werkelijkheid te bewegen. Wolfso doet dit door het vervormen van taal aan de hand van klanken, door hemzelf uiteengezet in Le Schizo et les Langues, terwijl Schreber zichzelf staande houdt door zijn problematiek te verschuiven naar God. Schreber gelooft dat hij uitverkoren is door God, een geloof wat hem in staat stelt de vele beproevingen die op zijn pad komen te doorstaan. Deze overlevingstactieken laten zien, aldus Moyaert, hoe schizofreen gedrag meer is dan enkel een gevecht met het leven, dat waanzin in staat is tot meer dan herstel naar een eerdere staat van organisatie. De schizofreen zou namelijk in staat zijn om zich terug te trekken van eerdere organisaties en nieuwe connecties creëren. Dit perspectief op waanzin is gebaseerd op, en vereist een begrip van, ‘het lichaam zonder organen’, zoals besproken in L’Anti-Oedipe door Deleuze en Guattari.

Lees meer…

Against English (boek) – recensie

‘Een achterhoedegevecht’ noemde een manager bij de uitgever Against English. ‘Geboren uit verzet’ noemen de inleiders het boek zelf, tegen ‘de opmars van het Engels’. Daarmee krijgen we ferm ingeprent dat het Engels en het Nederlands in een oorlog verwikkeld zijn, waarin de auteurs van de bundel soldaten zijn. Een militair conflict op leven en dood of op straffe van onderwerping. Een oorlog waarvan we de verschillende fasen kunnen bestuderen – of de moraal van zijn soldaten.

Een bonte verzameling van 26 essays moet de lezer van de waarde van het Nederlands overtuigen, of minstens wapenen tegen het oprukken van het Engels. Nee, niet het Engels, maar het ‘Globish’ zoals het in de bundel consequent heet. Want die taal bedreigt onze universiteiten, onze democratie, de rechtsstaat, de Nederlandse manier van zakendoen, werkelijk ons hele samenleven.

Lees meer…

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (boek) – recensie

“Laat ik beginnen met een simpele meerkeuzevraag: Welke van de volgende stellingen is correct?

  • Er is ontzettend veel ellende in de wereld.
  • Nooit eerder was er zo weinig ellende in de wereld als vandaag.”

Hiermee opent Boudry zijn boek. Natuurlijk is het, zoals hij zelf ook direct erkent, een vals dilemma. Beide stellingen zijn waar, hoewel we kunnen twisten over hoeveel ‘ontzettend veel’ is. Een deprimerend idee? Volgens Boudry niet.

In zijn boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat beargumenteert Boudry op talloze manieren dat het eigenlijk heel goed gaat met de wereld. Veel mensen hebben het idee dat alles vroeger beter ging, maar Boudry weerlegt dit op een grondige manier. Hij beweert dat de overtuiging dat het alleen maar slechter gaat met de wereld, volkomen ongegrond is. Hij besteedt daarbij aandacht aan de manier waarop het menselijk brein uit evolutionair oogpunt werkt, en hoe de media daar op inspelen. Veel van zijn beweringen worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Lees meer…

De zin van denken (boek) – recensie

Markus Gabrielvertaling: Mark Wildschut – Boom 2019, 321 pagina’s, €29,90 – ISBN 9789024426409

De zin van denken is minstens even ambitieus als de twee voorgangers van de veel gelezen publieksfilosofische trilogie van Markus Gabriel. Waar deel één een metafysische verkenning van de wereld en de werkelijkheid is, en deel twee een onderzoek naar het menselijk subject behelst, poogt dit derde deel te laten zien hoe de twee met elkaar in contact staan via het denken. Verwacht echter geen gortdroge epistemologische analyses in filosofisch koeterwaals over het armoedige academische probleem hoe ik ‘uit mijn hoofd’ in ‘de wereld’ geraak. Integendeel: in vlot geschreven proza en aan de hand van talloze verwijzingen naar alledaagse fenomenen en populaire cultuur (van Houellebecq tot Black Mirror en van The Circle tot De Sims) beantwoordt Gabriel de vraag wat er eigenlijk gebeurt wanneer we denken – een vaardigheid die voor hem geenszins is voorbehouden aan de Grote Filosofen, maar waar ieder mens mee is behept en in het boek hier en daar zowaar aan dieren toegeschreven wordt.

Lees meer…

Waarom we vrij zijn als we denken (boek) – recensie

Markus Gabriel – Vertaling: Huub Stegeman – Boom (2016), 277 pagina’s, €29,90 – ISBN 9789089538727

Wie Markus Gabriel weleens heeft horen spreken, weet dat de beste man zijn publiek in een rap tempo het ene na het andere argument om de oren slingert. In zijn boeken is dit niet anders. In Waarom we vrij zijn als we denken, het tweede deel van zijn recent volbrachte trilogie, overstelpt Gabriel de lezer evenzo met argumenten, om aan te tonen dat de mens haar betekenis vindt in haar (geestelijke) vrijheid.

In de inleiding wordt al snel duidelijk op wie Gabriel het gemunt heeft. Hoewel hij zich ook afzet tegen religies en elke andere vorm van ideologie, is de grootste vijand in zijn boek de neurowetenschap. Gabriel beargumenteert dat neurowetenschappers zich schuldig maken aan wat hij neurocentrisme noemt: de overtuiging ‘dat er louter een geschikt stel hersenen voor nodig is om ons tot levende wezens met een geest te maken’. Volgens Gabriel reduceren deze wetenschappers de mens en haar geest tot neurologische processen en machines. Ze stellen immers dat alles bestaat uit materie en processuele relaties tussen deze materiële deeltjes. Hiermee sluiten neurowetenschappers uit dat er zoiets bestaat als de vrijheid van de geest: de mens en haar denken zijn volgens hen gedoemd tot neurologische en/of biologische determinatie.

Lees meer…

Waarom de wereld niet bestaat (boek) – recensie

Markus Gabriel – Vertaling: Huub Stegeman – Boom (2014), 207 blz. €24,90 – ISBN: 9789089532718

In het boek Waarom de wereld niet bestaat uit 2013 legt Markus Gabriel, met behulp van populair taalgebruik, zijn idee uit van wat hij het ‘nieuwe realisme’ noemt. Het nieuwe realisme is een metafysische en wetenschapsfilosofische theorie die een weergave geeft van wat er wel en niet bestaat.

Volgens Gabriel zijn er twee grote stromingen binnen de geschiedenis van de filosofie wanneer wij het hebben over het bestaan van dingen. Ten eerste is er het wetenschappelijke realisme, ofwel het materialisme. Volgens deze stroming bevindt alles wat bestaat zich in het universum en zijn de dingen opgebouwd uit elementaire deeltjes. De andere grote stroming is het constructivisme. Gabriel definieert het constructivisme als de aanname dat we een feit niet op zich kunnen vaststellen, maar dat we alle feiten en gebeurtenissen zelf geconstrueerd hebben. Al het wetenschappelijk onderzoek dat wij doen, beoefenen we altijd door middel van bepaalde methodes die wij als mensen zelf hebben opgezet. De manier waarop wij onderzoek doen is dus altijd contingent. We kennen alleen de feiten die aan ons gepresenteerd worden dankzij de methode die wij als correct hebben geacht. Echter, deze stromingen zijn beide niet toereikend om het bestaan van de dingen adequaat weer te geven, volgens Gabriel. Hij geeft allereerst twee argumenten tegen het wetenschappelijk realisme.

Lees meer…

Recensie – Nomizo (bordspel)

Wanneer mensen mij vragen wat ik studeer en ik antwoord met “filosofie”, zie ik vaak hun gezichten vertrekken. Vaker wel dan niet volgt de (inmiddels tot cliché verheven) vraag: “Maar, wat kun je daar dan mee?” Als deze vraag uit blijft, dan is het wel een tante die een wrange vorm van interesse veinst en reageert met: “Oh, wat leuk! Ik vind psychologie ook errrgg interessant.”

Lees meer…

‘Freud’ (serie) – Recensie

Van alle elementen die een narratief kunnen dienen in een film, is filosofie het minst succesvol. Een film waarin filosofie het thema is, schiet uiteindelijk altijd te kort. In het lijstje van pogingen staat onder andere When Nietzsche Wept (2007), waarin Friedrich Nietzsche een misplaatst, archetypisch kostuum als de held uit een monomythe wordt aangemeten.

Lees meer…