Off the record – Fleur Jongepier

“It’s just the way I see things.”

If I mention the name of Jane Goodall, most will know whom I am talking about. But if I mention the name Hugo van Lawick, will it ring a bell? Yet, it is thanks to Hugo that we have those beautiful pictures of Jane holding hands with chimps or letting them scratch her back. There is power in photography. The power of making an otherwise private and brief moment public and immortal. The power of selecting what has to be remembered and what can be forgotten.

© Fleur Jongepier

It is with these thoughts in mind that I prepared my questions to Fleur Jongepier, assistant professor of (digital) ethics at Radboud University, who agreed to talk about her passion for photography (which can be observed more extensively on her website: https://fleurjongepier.myportfolio.com/photography). We call on a sunny Thursday afternoon. As soon as Fleur appears on my screen, I notice the luminous interior of the room, and I cannot help but think that it is really the kind of room I would have pictured her in. I have never talked to Fleur before about this passion of hers, so to break the ice a little, I begin by asking her about the origins, so to speak, of her interest in photography.

(more…)

Enige tijd in de Eeuwige Stad

Enige tijd in de eeuwige stad

Illustratie door Roberta Müller

Het afgelopen semester verliet ik Nijmegen om van september tot februari in Rome te studeren aan Università di Roma La Sapienza. Dit was gelukkig net voordat het coronavirus Italië in zijn greep kreeg als een van de zwaarst getroffen landen. Gedurende mijn verblijf aldaar schreef ik dit verslag van mijn ervaringen. Inmiddels is het niet slechts een herinnering aan een mooie periode, maar aan een andere tijd. Rome ligt er op dit moment stil en uitgestorven bij; heel anders dan toen ik dit stuk schreef. Onderstaand verslag is daardoor niet alleen een persoonlijke observatie, maar ook een terugblik op een van ’s werelds mooiste steden in betere tijden, niet zo lang geleden.

Ondanks dat alle wegen al naar Rome schijnen te leiden, zag ik geen reden om dat voor de mijne nog langer uit te stellen. Academisch gezien kon het studeren van filosofie in Italië geen slechte keuze zijn. Het feit dat onze eigen FFTR in Nijmegen drie Italiaanse filosofiedocenten telt, wees voor mij al in deze richting. Daarenboven is de Sapienza één van de universiteiten die Rome rijk is en ze heeft in haar 700-jarige geschiedenis haar kwaliteiten meer dan bewezen. Met name de kwaliteit van de geesteswetenschappen is hoog. Ik volg de master Praktische Filosofie en ook politiek gezien is Italië een uitermate interessant land: haar binnenlandse politiek is op zijn zachtst gezegd al boeiend, maar de relatie die Italië daarnaast met Europa heeft, kent vele gezichten en dat interesseert me nog meer. Ik wilde me te midden hiervan bevinden en het aan den lijve ondervinden.

Lees meer…

Philosopher on the Job Market – Jim Burgman

I thought about getting a tattoo at least five times with five different designs. The first time, in my Coldplay phase (although I should say one of my Coldplay phases), I wanted a taattoo with the title of one of their songs. The second time, I went for a drawing of a hedgehog who uses one of his spines as an arrow. A friend of mine made it for me as a visual representation of my personality, and it was supposed to mean something like ‘a determined hedgehog’. The third time, I wanted a cactus. The fourth time, a carrot. For, if you know me, you will also know that carrots are always part of my lunch. Every. Single. Day. The fifth time, touched by the work of photographer Laura Dodsworth, I thought about a breast.

Needless to say, my indecisiveness became inertia. I did not get any of them.

© Jim Burgman

Defeated by my tattoo-vacillation, I was determined to find out what mysterious bonds could tie together philosophy, art and tattoos. I ended up Skyping Jim Burgman on Easter Sunday. Video calling with someone you have never met before can be pretty awkward, especially (and maybe paradoxically) because, contrary to what happens in a regular interview setting, you enter their private zone. You see the room where they are sitting, which, in the majority of the cases, is their studio, living room or bedroom. You see how they decorated it, what they have lying around, the colors of the walls, and other small things that tell you something about their personality. In my case, I got to see Arthur, Jim’s cat, who tried to grab his attention a few times at the beginning of the interview and then, as every cat on the planet, started to mind his own business.

(more…)

Status Quaestionis – Carlijn Cober

“Als je een tekst leest, bevind je je in een samenwerking. Daardoor is het effect van die tekst afhankelijk van jouw eigen generositeit jegens die tekst.”

In dit themanummer van Splijtstof wordt de verbinding tussen kunst en filosofie onder de loep genomen. Eén van de onderzoekers die zich op dit snijvlak bevindt is Carlijn Cober: promovendus bij het Radboud Institute for Culture & History. Haar onderzoek is als volgt getiteld: Affective Encounters: Towards a Phenomenology of Attached Readers. Aangezien zij drie bekende filosofen behandelt als affectieve lezers in haar onderzoek, leek het ons interessant om haar te interviewen voor dit nummer van Splijtstof.

Illustratie door Roberta Müller
Lees meer…

A Theory of the Aphorism (book) – review

As Andrew Hui remarks in the introduction to A Theory of the Aphorism, the aphorism is a literary and philosophical format that has remained “curiously understudied” (1). There exist plenty of studies on the historico-methodological characteristics of, for example, the dialogue, the treatise and the novel, but the aphorism, despite its persistent ubiquity throughout the world and the ages, has not yet been subjected to such analyses. Hui, a scholar who specializes in the reception of antiquity in the Renaissance but is interested more generally in the transmission and reception of ideas, takes it upon himself to provide an account of the nature of the aphorism. His aim is not to provide a comprehensive historical overview, but rather to examine various characteristics of the format through a close-reading of a handful of aphoristic writers.

Read more…

Hoe schizofrenie zich redt (boek) – recensie

Hoewel ‘waanzinnig’ een overwegend positieve connotatie heeft, wordt ‘waanzin’ veelal gebruikt om aan te geven dat iets geen goed idee is. Daarnaast kan ‘waanzin’ ook verwijzen naar een psychische staat die meestal begrepen wordt als onwenselijk, abnormaal en ziek. Hoe schizofrenie zich redt plaatst waanzin in een ander licht, namelijk ook als productief in plaats van enkel destructief. Aan de hand van een bespreking van Deleuze en Guattari’s discussie met Freudiaanse psychoanalyse laat Moyaert zien hoe we waanzin ook op deze positieve manier kunnen begrijpen. Een tweede inzet is therapeutisch, wat wil zeggen dat Moyaert zich afvraagt welke handelingen waanzin gezonder kunnen maken en of er een gezondheid in de waanzin mogelijk is. De waanzin die wordt besproken in Hoe schizofrenie zich redt is die van een schizofrene problematiek, zoals naar voren komt bij de (in de literatuur veel besproken) psychiatrische patiënten Wolfson en Schreber. In beide gevallen zijn de patiënten gediagnostiseerd met schizofrenie en hebben een eigen manier gevonden om zich door de werkelijkheid te bewegen. Wolfso doet dit door het vervormen van taal aan de hand van klanken, door hemzelf uiteengezet in Le Schizo et les Langues, terwijl Schreber zichzelf staande houdt door zijn problematiek te verschuiven naar God. Schreber gelooft dat hij uitverkoren is door God, een geloof wat hem in staat stelt de vele beproevingen die op zijn pad komen te doorstaan. Deze overlevingstactieken laten zien, aldus Moyaert, hoe schizofreen gedrag meer is dan enkel een gevecht met het leven, dat waanzin in staat is tot meer dan herstel naar een eerdere staat van organisatie. De schizofreen zou namelijk in staat zijn om zich terug te trekken van eerdere organisaties en nieuwe connecties creëren. Dit perspectief op waanzin is gebaseerd op, en vereist een begrip van, ‘het lichaam zonder organen’, zoals besproken in L’Anti-Oedipe door Deleuze en Guattari.

Lees meer…

Against English (boek) – recensie

‘Een achterhoedegevecht’ noemde een manager bij de uitgever Against English. ‘Geboren uit verzet’ noemen de inleiders het boek zelf, tegen ‘de opmars van het Engels’. Daarmee krijgen we ferm ingeprent dat het Engels en het Nederlands in een oorlog verwikkeld zijn, waarin de auteurs van de bundel soldaten zijn. Een militair conflict op leven en dood of op straffe van onderwerping. Een oorlog waarvan we de verschillende fasen kunnen bestuderen – of de moraal van zijn soldaten.

Een bonte verzameling van 26 essays moet de lezer van de waarde van het Nederlands overtuigen, of minstens wapenen tegen het oprukken van het Engels. Nee, niet het Engels, maar het ‘Globish’ zoals het in de bundel consequent heet. Want die taal bedreigt onze universiteiten, onze democratie, de rechtsstaat, de Nederlandse manier van zakendoen, werkelijk ons hele samenleven.

Lees meer…

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (boek) – recensie

“Laat ik beginnen met een simpele meerkeuzevraag: Welke van de volgende stellingen is correct?

  • Er is ontzettend veel ellende in de wereld.
  • Nooit eerder was er zo weinig ellende in de wereld als vandaag.”

Hiermee opent Boudry zijn boek. Natuurlijk is het, zoals hij zelf ook direct erkent, een vals dilemma. Beide stellingen zijn waar, hoewel we kunnen twisten over hoeveel ‘ontzettend veel’ is. Een deprimerend idee? Volgens Boudry niet.

In zijn boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat beargumenteert Boudry op talloze manieren dat het eigenlijk heel goed gaat met de wereld. Veel mensen hebben het idee dat alles vroeger beter ging, maar Boudry weerlegt dit op een grondige manier. Hij beweert dat de overtuiging dat het alleen maar slechter gaat met de wereld, volkomen ongegrond is. Hij besteedt daarbij aandacht aan de manier waarop het menselijk brein uit evolutionair oogpunt werkt, en hoe de media daar op inspelen. Veel van zijn beweringen worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Lees meer…

Waarneming en filmfenomenologie

De acteurs die voor het verhaal waarvan men had genoten bijeengekomen waren, waren allang weer naar alle windstreken uitgevlogen; slechts de schaduwbeelden van hun productie had men gezien, miljoenen plaatjes van ultrakorte duur, waarin men hun handelen al filmend ontleed had, om het zo vaak men wilde snel en flikkerend te projecteren en aan het element van de tijd terug te geven. Het zwijgen van het publiek na de illusie had iets doods en afstotelijks. De handen waren machteloos tegenover het niets. Men wreef in zijn ogen, staarde voor zich uit, schaamde zich voor het licht en verlangde terug naar de duisternis om weer te kunnen toekijken hoe dingen die hun tijd hadden gehad, in verse tijd overgeplant en met muziek opgesmukt waren, zich opnieuw afspeelden.1

Illustratie door Roberta Müller

Dit citaat is afkomstig uit het boek De Toverberg van Thomas Mann. Het beschrijft een groep mensen in het begin van de 20e eeuw die volledig overdonderd en in de war is na het zien van een film in de bioscoop. Dit gevoel dat een film kan geven, het meegenomen worden in een andere wereld, kennen de meesten van ons. Films zijn al sinds het begin van de 20e eeuw een interessant en veel onderzocht onderwerp binnen de filosofie. Een tak in de filosofie die met name veel interesse heeft getoond in dit onderwerp is de fenomenologie.

Lees meer…
  1. Thomas Mann, De Toverberg, (Amsterdam: Uitgeverij de Arbeiderspers, 2012), 396.

Manga: meer dan een teken-ing

Een barthesiaanse semiologische analyse van de mangaserie ‘Barefoot Gen’

Inleiding

Fig. 1: Deze illustratie is afkomstig uit de mangaserie Barefoot Gen. Illustratie door Nakazawa Keiji, Barefoot Gen: A Cartoon Story of Hiroshima volume 1 (San Francisco: Last Gasp, 2004), 250.

De Japanse mangaserie Barefoot Gen (Hadashi no Gen), van Nakazawa Keiji zorgde voor ophef nadat een schoolbestuur in Matsue, een stad in het zuidwesten van Japan, de manga uit zijn schoolbibliotheken had verwijderd. De manga zou te sterke beelden bevatten zoals onthoofding en verkrachting.1 Barefoot Gen kan worden beschouwd als een van de belangrijkste anti-oorlogsmanga. De series zijn quasi-fictionele memoires van Nakazawa’s jeugd als overlevende van de atoombom op Hiroshima. Het verhaal Barefoot Gen speelt zich af tegen de achtergrond van grote vraagstukken van oorlog en vrede. Gens familie worstelt met de ideologische rebellie van zijn vader tegen het militaristische bewind van Japan. Door deze rebellie wordt de familie door de samenleving vervolgd. Daarna vertelt het verhaal de catastrofale gevolgen van de atoombom, het lot van Gen en andere overlevenden, en het leven in de nasleep van de Amerikaanse bezetting.

Lees meer…
  1. Liz Buray, “Japanese school board bans acclaimed anti-war manga,” The Guardian, 26 augustus, 2013, https://www.theguardian.com/books/2013/aug/26/japan-school-board-bans-manga-hadashi-no-gen.